‘Cultuurplannen van voor de coronacrisis zorgen voor achterstand’

INZICHT 06 CULTUURBESTEL & PUBLIEKE WAARDE 3 MIN LEESTIJD

In juni 2020 ondertekende ik samen met Erik Kessels, Jacqueline Grandjean, Jörgen Tjon A Fong, Tinkebell en Wim Pijbes een opiniestuk in Het Parool. De directe aanleiding: meer dan de helft van de aanvragende culturele instellingen kreeg dat jaar geen structurele subsidie meer van het Rijk. Onze conclusie ging verder dan de vraag die iedereen op dat moment stelde.

Niet: wat willen we behouden? Maar: welke veranderingen willen we zien?

Wat we toen al zagen

Terug naar de situatie van voor de pandemie was volgens ons nooit een optie. Covid-19 maakte zichtbaar wat al langer niet in orde was: een subsidiesysteem dat grotendeels bepaalt wat er in Nederland aan cultuur toe doet, ingedeeld in vaste hokjes — musea, podiumkunsten, beeldende kunst, film, ontwerp, letteren. Wat niet in een hokje past, valt buiten de boot. Dat verklaart waarom veel plannen sterk op elkaar lijken: de kijkrichting van de beoordelaar dicteert in grote lijnen de inhoud van de aanvraag.

Waarom dit nog steeds speelt

Het probleem zat niet in de hoeveelheid geld, maar in de logica erachter. Plannen die vóór de coronacrisis waren gemaakt, werden er na de crisis alsnog op afgerekend — terwijl die crisis juist had moeten laten zien dat het oude uitgangspunt niet meer hield. Wie wil veranderen, kiest ervoor eerst scherp te analyseren, te luisteren en te kijken. Adviezen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.


Bron: gepubliceerd in Het Parool, 24 juni 2020, op persoonlijke titel door Erik Kessels, Jacqueline Grandjean, Jörgen Tjon A Fong, Roy Cremers, Tinkebell en Wim Pijbes.

→ Lees het volledige opiniestuk in Het Parool (24 juni 2020)

Van plan naar praktijk. Van verhaal naar publiek.

Laten we verkennen wat er nodig is om van idee naar een werkbaar plan, platform of financieringsmechaniek te komen.

Leg je vraag voor
Vorige
Vorige

Een nieuwe balans voor het cultuurbestel

Volgende
Volgende

Roy Cremers: ‘Donateurs willen onderdeel zijn van een succes’