‘Doe maar gewoon’ is niet meer goed genoeg

INZICHT 10 GOVERNANCE & ORGANISATIE 4 MIN LEESTIJD

Culturele organisaties bleven zich in 2016 ondanks eerdere beloften voornamelijk richten op overheden. Wilden we als sector relevant blijven, dan werd het tijd om ons daadwerkelijk op het publiek te richten. De internationale tech-scene liet toen al zien hoe dat anders kon.

Diezelfde week dat Startup Fest Europe Nederland liet bruisen van enthousiasme en internationale technologiebedrijven, verscheen het advies van de Raad voor Cultuur: opnieuw een korting op de subsidies. De reacties uit de sector waren voorspelbaar. Maar overheden waren toch niet meer de heilige graal? Het publiek stond toch centraal?

Blijkbaar toch niet. Voor de gesubsidieerde cultuursector bleven overheden en fondsen de belangrijkste stakeholders, en kwam het publiek op een veel latere plaats. Dat is een fundamenteel verschil met de tech-scene, waar het publiek vanaf de oprichting bepaalt of een bedrijf blijft bestaan. Welke lessen kan de cultuursector daaruit leren?

Persoonlijke verhalen

Storytelling is niet vrijblijvend. Airbnb bouwde zijn hele site op de verhalen van verhuurders, huurders en medewerkers. In de cultuursector communiceert men vrijwel alleen met het artistieke eindproduct, terwijl het publiek ook het verhaal erachter wil weten: van de makers, maar ook van de instelling zelf. Wie zijn bedrijfsfilosofie en zijn mensen laat zien, laat zien dat hij openstaat voor de buitenwereld.

Investeer in talent

Van het artistieke product wordt het hoogste resultaat verwacht. Geldt dat ook voor de mensen die het maken mogelijk maken? De sector staat niet bekend als aantrekkelijke werkgever, vooral om budgettaire redenen. Dan is het juist zaak om medewerkers op andere manieren te binden: ruimte voor inspiratie buiten de sector, budget voor scholing, zichtbare ontwikkeling. Wie zich kan ontplooien, is creatiever en meer betrokken.

Keuzes maken

De belangrijkste les uit de tech-scene is simpel: durf keuzes te maken en innoveer. Dat vraagt leiderschap en zelfreflectie, iets waar het in de sector vaak aan ontbreekt. Er wordt gestreefd naar meer publieksbereik en meer diversiteit, maar er wordt onvoldoende naar gehandeld. Wat zijn je doelstellingen eigenlijk? Waarom besta je als instelling? En zijn de mensen in je organisatie nog de juiste om die doelen na te streven? Die vragen worden nauwelijks gesteld, omdat de belangrijkste stakeholders — fondsen en overheden — toch wel blijven financieren via de bestaande infrastructuur. Zonder die urgentie blijft de sector zich op de overheid richten, en vervreemdt hij verder van de samenleving.

Arnoud Odding, destijds directeur van Rijksmuseum Twenthe, stelde zich die vraag toen zijn museum een kwart van de subsidie verloor: waarom bestaan wij eigenlijk? Zijn antwoord: het museum is niet van de kunst, het museum is van de mensen. Kunst is het middel om mensen te laten nadenken over hoe wat ze zien zich verhoudt tot hun eigen leven.

Er is behoefte aan goede voorbeelden en een nieuwe, positieve mentaliteit. Die begint van binnenuit. Ik roep beleidsmakers en culturele leiders dan ook op om lef te tonen en goed te kijken naar de tech-scene: wees kritisch, investeer in mensen, ga voor het beste resultaat. Als we als sector relevant willen blijven, dan is "doe maar gewoon" niet meer goed genoeg.


Bron: oorspronkelijk gepubliceerd door MMNieuws (2016), onderdeel van de Special Edition voor de BMC CultuurConferentie over Participatie en Community building. Origineel niet meer online; gered uit het internetarchief.

Van plan naar praktijk. Van verhaal naar publiek.

Laten we verkennen wat er nodig is om van idee naar een werkbaar plan, platform of financieringsmechaniek te komen.

Leg je vraag voor
Vorige
Vorige

De blinde vlek van de cultuursector